Waarom is basiskennis van de schedel handig?
Gezichten worden voor een groot deel bepaald door de onderliggende botten en spieren. Je hoeft geen chirurg te zijn om portretten te kunnen tekenen, maar als je een beetje weet hoe de schedel eruit ziet, wordt het wel makkelijker en leuker. Kijk maar eens naar de foto's hieronder en zie hoeveel steun je kunt hebben aan kennis over de vorm van de schedel.
Uiteraard komen er over de schedel nog spieren en vetmassa's. En daar overheen komt dan huid en haar, het uiterlijk dat wij bij onze medemens kunnen zien.
Een voorbeeld: de ogen
Ik neem de ogen even als een praktisch voorbeeld om te laten zien hoe kennis je waarneming kan helpen.
Kijk eens naar de schedel en zie hoe mooi daar van die gigantische oogkassen te zien zijn. Dit zijn diepe holten en als je het voor en zij-aanzicht bekijkt (of bij jezelf voelt!) zie je dat er ook nog een uitstekende rand omheen zit, voor extra bescherming. In deze grote holten liggen dan de oogballen, ronde vormen dus!
Als je dit weet, dan kun je heel makkelijk de licht en donkerwerking bij de ogen verklaren.
De oogballen liggen goed beschermd in de oogkas (1). Aangezien dit een holte is, zie je daar bij de meeste lichtomstandigheden wat schaduw. De donkerste schaduwen zie je vaak bij de traanbuis richting de neus, omdat daar de holte diep is en bovendien houdt de neus vaak ook nog licht tegen.
Daarnaast is het oog zelf dus ook een bol (2). En op een bol kan het licht niet overal evengoed raken. Daarom zal de bol in de oogkas ook nog eens variatie in licht en donker hebben.
Over de oogbol zitten de oogleden (3). Die huid heeft een bepaalde dikte. Daardoor zie je vaak dat het bovenste ooglid ook nog eens een slagschaduw op de bovenkant van de oogbol werpt. Het bovenste randje van het onderste ooglid vangt vaak juist weer wat licht.
Hierboven zie je (4) een schematische weergave wat er zoal gebeurt bij een standaard situatie. Daarmee bedoel ik: het licht komt 'gewoon' ergens een beetje van boven.
Je ziet dan dat de holte van zichzelf naar binnen toe steeds donkerder wordt.
De oogbal komt uit de holte naar voren en zal vooraan dus wat meer licht van en naar de zijkanten en naar onderen wat minder.
Het bovenste ooglid steekt op de oogbal wat naar voren, daardoor vangt het wat meer licht en naar links en naar rechts buigt het ooglid met de bol mee en wordt daardoor donkerder.
Het bovenste ooglid werpt een slagschaduw op de oogbal, omdat het als een soort afdakje het licht tegenhoudt.
Het onderste ooglid vangt op de rand wat licht, en verder draait het ooglid met de oogbal mee terug naar binnen en wordt daardoor steeds weer wat donkerder. Daarna (voel ook bij jezelf) komt het bot van de oogkas weer naar buiten toe en daar zal de huid dus weer wat meer licht gaan vangen.
Rechts heb ik nog een schets gemaakt en dan zie je dat je met een simpel schetsje al drie dimensies op je papier kunt toveren als je je aan de logica van licht en donker houdt. En die logica is er dankzij de onderliggende vormen van de schedel en de oogbal.
Verhoudingen
Aan de hand van de schedel kun je ook veel leren over basisverhoudingen (proporties). Ieder mens is gelukkig uniek, maar er is wel een algemene richtlijn te geven.
Juist doordat je eerst leert in standaardmaten te denken, zul je bij je modellen makkelijker opmerken waar zij 'afwijken' van de standaardverhoudingen.
Iemand kan bijvoorbeeld net een wat hoger voorhoofd hebben, een minder hoge onderkaak, een langere neus etc. Uiteindelijk gaat het meestal om vrij kleine afwijkingen van de standaardverhoudingen.
Kijk maar eens naar de afbeelding hieronder. Bij een hoofd dat recht staat (niet gekanteld) kunnen we ongeveer dezelfde lijnen aanhouden voor belangrijke plekken in de gezichten. De haren, de wenkbrauwen, de onderkanten van de neuzen en de onderkanten van de kinnen, zitten allemaal behoorlijk dicht bij de getekende lijnen. Deze lijnen blijven blijven ook geldig als je het hoofd van opzij ziet, of driekwart (de man uiterst rechts).
Positie van de ogen
De ogen zitten meestal ongeveer in het midden van de schedel. Dat is gerekend van de top van de schedel tot de onderkant van de kin. Let op: de lijnen hieronder geven de top van de schedel, het midden en de onderkant van de schedel aan. De illustratie die we eerder bespraken, toonde vier lijnen, waarbij de bovenste lijn de haargrens aangaf, hier kom ik zo op terug. Onthoud voor de positie van de ogen simpelweg: het midden van de totale hoogte van de schedel.
Proporties gezicht: drie delen
Kijk eens naar de schedel hieronder en de foto van die beste kerel die voor ons model wil staan aan de rechterkant. Je ziet dat de schedel (en dus ook het hoofd van ons model) grofweg in drie gelijke delen is te verdelen, vanaf de haargrens/haarlijn.
Je kunt een lijn tekenen op de haargrens (en de haargrens is wat anders dan de top van de schedel) en een lijn op de plek waar de wenkbrauwen zitten.
Als je de afstand tussen de haargrens en wenkbrauwen naar beneden kopiëert, kom je op een ander handig aanknopingspunt: de onderkant van de neus.
Kopieer je dezelfde afstand nogmaals, dan kom je terecht bij de onderkant van de kin.
Kortom: reuzehandig. Boven de haarlijn zit nog wat schedel. Vaak zit daar dan haar, waardoor er ook boven de schedel nog wat dingen uitsteken. Dat zie je bij ons model ook een beetje.
In het onderste deel (tussen onderkant neus en onderkant kin) kun je eenzelfde truc uithalen. Als je dat gebied in derden verdeelt, dan krijg je op de eerste lijn de locatie van de spleet van de mond en op de tweede lijn de bovenkant van de kin.
Nogmaals, maar dit snap je zelf ook wel: gelukkig is er veel variatie in uiterlijk. Deze standaardmaten zijn een richtlijn. Speciaal voor beginners zijn ze handig, omdat ze helpen voorkomen dat je in valkuilen kukelt. Kinderen en ook volwassenen met weinig tekeneravering, zijn geneigd om ogen bijvoorbeeld vaak veel te groot en te hoog te tekenen.
Uiteraard is er ook over de breedte van het gezicht nog wat te vertellen. Dit zal ik behandelen in een blog en video waarin we nog wat dieper ingaan op proporties.
Oefenen met de schedel in vooraanzicht: teken met me mee!
Ik kan iedereen aanraden om eerst eens een tijdje wat schetsen te maken van een schedel in vooraanzicht. Je leert dan letten op proporties, maar ook leer je de onderliggende botstructuur kennen, die zo bepalend is voor het gezicht. Ook leer je alvast in drie dimensies denken.
Ik heb speciaal hiervoor een video gemaakt, waarin ik stap voor stap een makkelijke methode laat zien waarmee je een schedel kunt opbouwen. De referentiefoto kun je hieronder ook alvast downloaden, zodat je echt mee kan tekenen!
Reactie plaatsen
Reacties